Alleen met zichzelf in de boekenkast
Verschenen in: De vele facetten van Adrie Vermetten
Hij stond voor het raam. Het was weer eens zo’n dag. Hij was alleen. Zijn vrouw was het weekend op stap met vriendinnen, dus had hij het rijk voor zich alleen. En zoals dat meestal het geval was, ging hij er dat weekend ook zelf op uit. Nu had hij de kans. Hij staarde naar de drukke straat onder zijn appartement midden in de stad. Het was zijn toevluchtsoord. Ook al woonden ze al enige tijd samen, in wat voor hem een villa leek, toch had hij zijn oude appartement niet verkocht. Het was er niet groot. In het midden van de woonkamer stond een ronde tafel met drie stoelen, alle drie even ver van elkaar verwijderd, en in de hoek bij het raam stond een boekenkast. Verder stond er bij de enige deur nog een hondenmand, leeg. Die werd al jaren niet meer gebruikt. Hij draaide zich naar de kast en ging er op zijn hurken voor zitten. Het was een heel karwei om die hier binnen te krijgen. Alleen het halen was al een halve dag werk.
De kast lag, nog in de doos, op zadel en stuur van twee fietsen. Zo liep hij met zijn beste vriend bijna twee uur om thuis te komen. Daarbij kwam nog de tijd die nodig was om halverwege in het park te pauzeren.
‘Biertje Adrie?’ overviel Frans hem.
‘Jij bent ook altijd voorbereid.’
Na een sixpackje pauze gingen ze verder. Thuis aangekomen ging Adrie naar boven en gooide een touw door het raam naar beneden. Frans bond de kast eraan vast en wierp het uiteinde terug. Het was maar een verdieping, maar de doos waar de kast in zat, was te breed om door het smalle trappengat te dragen. Frans had het briljante idee om hem via het raam naar boven te trekken. Na de eerste keer trekken viel Adries fiets plat op de grond, maar die van Frans werd juist omhoog getild.
‘Ow shit,’ riep hij. ‘Ik heb het touw per ongeluk onder het zadel gelust.’
Adrie trok nog een keer. Hij gaf er niets om dus deed alsof hij het niet hoorde.
Eenmaal in elkaar en op zijn plek, bleek de kast groter te zijn dan verwacht. Frans was intussen naar huis gegaan en Adrie zat op zijn hurken voor de kast boeken op de onderste plank te zetten. Er konden wel twee, of zelfs drie, rijen boeken achter elkaar staan. Hij overwoog een hondenluik aan de kast vast te maken, zodat hij het open moest klappen om een boek te kunnen pakken. Op die plek zette hij dan zijn non-fictie over honden of juist fictie, zoals Onderzoekingen van een hond. Of nog beter, het luik aan de zijkant van de kast zodat de hond achter de boeken kon liggen. Dat leek hem wel wat, een boek uit de kast halen en dan de snuit tussen de boeken naar voren zien komen. Hij nam het boekje van Kafka uit de kast en hield het tussen duim en wijsvinger voor zich uit. Ach, wie hield hij voor de gek. Nog geen zestig bladzijdes, dat boekje was veel te dun voor een bordercollie om zijn neus tussen te steken. Hij drukte de rug tegen zijn neus.
‘Zelfs mijn neus past er niet tussen,’ mompelde hij, waarop hij het boekje terugzette in de boekenkast.
Een hondenluik kwam er niet, dat had geen nut. Bovendien was hij bang dat de hond zich in de boekenkast zou verhongeren. Hij zou de ruimte op een andere manier gebruiken.
De kast stond er daags voordat hij Mariska leerde kennen en op dat moment waren de meeste planken nog leeg. Hij keek omhoog en bewonderde de overvolle planken. Op iedere plank één rij zover mogelijk naar voren, gespiegeld zoals hij in de supermarkt leerde en van links tot rechts gevuld. In het begin had hij ook op grootte willen ordenen, maar op thema leek hem achteraf beter. Zijn hart begon te kloppen in zijn keel. Daar zat hij dan. Hij trok een boek over honden uit de kast en legde het naast zich neer, bovenop het boekje van Kafka. Hij ademde diep in en terwijl hij langzaam uitademde, trok hij nog twee boeken uit de kast. Zijn hart sloeg over toen hij een schoenveter zag. Nog een paar boeken over tuinieren eruit en beide schoenen waren zichtbaar. Wandelschoenen, prima om mee in de tuin te werken, maar omdat hij die niet had en wandelen bij hem tot ijsberen beperkt bleef, gebruikte hij ze om mee op stap te gaan.
Een plank hoger, de tweede van onder, stonden naast enkele oorlogsboeken vooral boeken over Tai Chi en sport. Experimenten van vroeger om gezond te blijven. Hij trok ze er allemaal uit. Bijna in blinde woede ging hij te werk. Het idee van zojuist om een nette stapel te maken was van de baan. Er kwamen twee benen tevoorschijn. Hij had de neiging ze vast te grijpen, maar hoe kon hij weten dat hij niet in een reflex alle boeken op zijn hoofd zou gooien. Zou hij slapen en dus enorm schrikken? Of was hij dood? Hij wist het niet. Dood klonk aannemelijker, zo voelde het althans.
Nog altijd in zijn hurken, keek Adrie naar de rij boeken op de derde plank. Hij ademde nog wat gehaast door zijn uitspatting, maar die deed hem wel goed. Hij kon zich weer wat geduld veroorloven. Zo ging hij rustig te werk met het wegpakken van boeken. De Alchemist, een boek over Tantraseks en een mythologische encyclopedie kwamen een voor een voorbij. Daarachter zag hij het kruis en de onderbuik, die langzaam opzwol. Hij ademde, dus hij leefde nog. Dan was het minder lang geleden dan hij dacht. Adrie voelde de adrenaline door zijn lichaam stromen.
Hij strekte zijn benen en begon als een wildeman de vierde plank leeg te trekken. Het sternum komt naar voren, achter de Odyssee en Ivanhoe, van een heroïsche man die elk avontuur trotseert. Adrie zelf wordt kortademig. De man waar hij naar keek, zat zo vol energie. Hij was gespierd, zijn borstspieren waren door het T-shirt zichtbaar. Bij Adrie konden hooguit bierborstjes worden gezien. Hij leek nog in rust. Hij sliep nog. Adrie was al drijfnat van het zweet.
Daar stond hij. Oog in oog met de boeken van de vijfde plank. Hij wist precies welk boek hij weg moest halen om hem aan te kijken. Het was zijn lievelingsboek. Symposium van Plato, een boek waarin de liefde ter discussie werd gesteld. Hij had het grijs gelezen. In het nieuwe huis las hij geen boeken. Dat was niet meer nodig. Vroeger was het nog een belangrijk tijdverdrijf, samen praatten Mariska en hij over de boeken die ze lazen. Dat was niet relevant meer. Hun leven was zo vervlochten en gevuld geraakt, dat simpelweg tv-kijken al hun behoeften vervulde. Soms hadden ze het er nog over, bijvoorbeeld als ze een film keken en er een stel net verkering kreeg. Dan dwaalden ze samen, in stilte, af naar de verhitte discussies aan de ronde tafel midden in dit appartement. Mariska pakte de hond een keer stevig beet, die al de hele avond bij haar op de bank lag. Gevolgd door een diepe zucht van Adrie. Voor de vorm hadden ze dan seks die avond.
Hij trok het Symposium uit de kast en keek door het gat dat ontstond. Hij zag het ooglid van de man achter de boeken. Het was gesloten. Hij sliep. Adrie opende het boek en begon erin te lezen. Al na de eerste paar zinnen voelde hij vlinders in zijn buik. Het hele idee dat de liefde, en de wijze waarop hij het vormgaf, ter discussie stond, zorgde voor een terugkeer van oude gevoelens. Hij kon zijn leven vormgeven zoals hij dat wilde, de liefde vormgeven zoals hij dat wilde. De man in de kast ademde diep in en zuchtte. Adrie keek op, recht in het oog van de man. Het was geopend. Adrie klapte het boek dicht en trok de laatste boeken uit de kast. Hij stond nu oog in oog met hem. Hij meende dat hij verloren was, dood. Hij had hem zo lang niet meer gezien of gehoord. Toch stond hij daar, ademend, denkend.
Er stonden een rode, een blauwe en een gele stoel rond de tafel. De man van achter de boeken zat op de rode en Adrie ging op de blauwe stoel zitten. De gele stoel bleef leeg. Adrie legde voorzichtig het boek op tafel, dat hij vooralsnog stevig vast in zijn hand hield. Hij begon het gesprek gereserveerd, een beetje afstandelijk. Hij bleef vooral hangen in gedachten, zoals filosofie volgens hem hoort te zijn. Alles was misschien en hoefde niet te veranderen zolang hij het niet zeker wist; vooral de liefde niet. Bij die gedachte nam hij een grote slok van het bier, dat hij op tafel had gezet.
Zijn gesprekspartner was wat minder van het afstandelijk denken. Hij voerde het gesprek gepassioneerd, zoals dat hoort wanneer het over de liefde gaat, althans zo meende hij, en even gepassioneerd dronk hij zijn bier. Wat hem betreft, kon je je passie vinden in alles en iedereen. Op een bepaald moment kon het nodig zijn de liefde te delen met een toevallige partner, iemand die je net ontmoette op een feest of in de kroeg. Soms kon die liefde alleen uit een gesprek bestaan, maar een andere keer ging dat verder. Was het een man of een vrouw? Dat maakte niet uit. Die kleine beetjes passie leidden samen tot een goed gevuld, gepassioneerd hart. En dat maakte gelukkig.
Adrie keek naar de lege stoel, waar Mariska altijd zat. Zijn hond was het eerst verliefd geraakt. Hij lag onder haar stoel totdat ze opstond, dan volgde hij haar op de voet. Adrie zuchtte, hij probeerde te bedenken wat Mariska van de liefde vond. Ze zei altijd dat ze spelen helemaal prima vond, maar dat spelen niet verward moest worden met passie. Het was volgens haar beter om een passie te hebben voor één persoon en voor één beroep. Verspreiding zorgde alleen maar voor minder kwaliteit. Een specialist kon echte diepgang vinden, dus ook in een relatie. Zijn gesprekspartner hield zich al een tijdje stil. Hij zat naar hem te kijken en zag hoe hij staarde naar de lege stoel.
‘Waar is Mariska?’ vroeg hij.
‘Dat weet je donders goed.’
‘Heb je haar nog steeds niet verteld dat je dit appartement nog hebt?’
‘Dat kan toch al lang niet meer.’
‘Nee, je had het jaren geleden moeten vertellen.’
Adrie hield stil, keek weg.
Zijn gesprekspartner schudde afkeurend zijn hoofd. ‘Waarom heb je mij hier verstopt?’
‘Ach, hou op! Laten we het ergens anders over hebben.’ Sommige dingen liepen nou eenmaal zo.
Adrie nam het Symposium van tafel, gooide het richting de stapel boeken voor de boekenkast en schonk zijn glas nog een keer vol.
De volgende morgen werd hij wakker in de hondenmand onder het dekbed, dat hij diezelfde nacht nog van zijn bed had gepakt. De tafel was aan de kant geschoven en de stoelen lagen omver; de boeken nog altijd op de grond voor de kast. Zijn gesprekspartner was nergens zichtbaar; de kater was te groot. De lucht van oud bier vulde de kamer. Hij zette een raam open en staarde naar buiten. Het was al druk in de straat. Flitsen van de avond ervoor schoten voorbij. Met zijn zatte hoofd was hij de stad in gegaan. Hij hield een kroegentocht in zijn eentje, dat maakte hem niks uit. Als hij de vrijheid kreeg, dan wilde hij die ook nemen. Hij eindigde zo’n avond meestal in de handen van een veel te jong meisje. Het liefst een die op Mariska van vroeger leek. Toen hij zich afvroeg of het alleen maar spelen was, kwam zijn maag in protest. Hij sprintte naar de badkamer en hing een tijdje boven het toilet. Hij spuwde gal. Ze hoefde niks te weten, nam hij zich voor. Hij was het hele weekend thuis gebleven. De rust keerde terug. Hij kon er weer tegenaan, dus maakte hij zijn appartement schoon en zette alle boeken terug in de kast. Alles was gereed voor de volgende keer. Bij het sluiten van de deur besloot hij hier nooit meer te komen, zoals voor hem gebruikelijk was.